Ramiro aan het woord – Aflevering 5: Wil jij het onderwijs in? –

In de columnreeks “Ramiro aan het woord” reflecteert Ramiro Martina, met persoonlijke anekdotes en voorbeelden, om de week op ons onderwijs en andere levensbelangrijke zaken. Ramiro is, naast compagnon van Heldenbureau, docent op het Deltion College in Zwolle en auteur van ‘De inburgering van een Antiliaan’. Ramiro staat met de voeten in de klei en deelt graag zijn visie op relevante zaken in zijn leven in deze columnreeks.

 

Aflevering 5: Wil jij het onderwijs in?

Al jaren is er in onderwijsland een tekort aan onderwijspersoneel. Sommige scholen kunnen niet eens open blijven. Ze hebben onvoldoende mensen om voor de klas te staan.

Door het ‘Mexicaanse biermerk’ virus zijn deze werkzaamheden verder onder druk komen te staan. De nood, om geschikte mensen voor een baan in het onderwijs te vinden en huidige docenten, leerkrachten, onderwijsassistenten en instructeurs te behouden voor het onderwijs, is hoog.

Met dit in mijn achterhoofd kwam ik in gesprek, tijdens de avondvierdaagse van mijn zoon, met een vader die ‘onderwijs-nieuwsgierig’ was. Het idee om in het onderwijs te stappen, zweefde al jaren rond in zijn hoofd. Hij vertelde mij over zijn huidige baan, maar ook over dingen die hij naast zijn werk allemaal ondernam. Zo werkte hij als projectleider en stuurde collega’s uit verschillende disciplines aan. Daarnaast was hij voetbaltrainer. Hij vertelde met passie over wat hij zo leuk vond om met jongeren te werken. Hij beschreef de kracht van samenwerken, want in een team doe je het niet alleen. En. Hoe hij van plan was om de intrinsieke motivatie bij de studenten te prikkelen.

Ik werd getriggerd en stelde hem de vraag die, na zijn verhaal, in mij opkwam.

“Wil je in het onderwijs voor kennisoverdracht of juist voor het ontwikkelen van de beroeps- en leerhouding van je studenten”.

Het bleef even stil. Hij moest hier zichtbaar over nadenken. Hij wilde graag een combinatie van deze twee bereiken. Ik stelde deze vraag om hem bewust te maken van de verschillende onderwijsniveaus en om zo te kunnen onderbouwen wat, volgens mij, de verschillende uitdagingen zijn per onderwijsniveau. Je kunt het namelijk niet over één kam scheren.

Neem het basisonderwijs. Je moet kunnen omgaan met minimaal twintig stuiterballen in je klas. Telkens als je acht stuiterballen onder controle denkt te hebben, stuiteren de anderen weer vrolijk rond. De kennisoverdracht die je in het basisonderwijs per dag overbrengt is niet perse het hoogst. Maar. De omstandigheden waarin je dit moet realiseren, zijn hectisch en behoorlijk uitdagend. Daarnaast moet je jezelf de vraag stellen of je geschikt bent om met kinderen van deze leeftijd om te gaan. Ze zijn nog jong en kwetsbaar.

Als je als docent op een middelbare school aan de slag wilt, kan je redelijk gemakkelijk een onderscheid maken tussen kennisoverdracht en werken aan een leer- en beroepshouding.

Kies je voor lesgeven op een vmbo school, dan zal je focus liggen op het werken aan een leer- en beroepshouding van jongeren. Vmbo scholen zijn verdeeld in vier niveaus, waarbij je op elk niveau jongeren klaarstoomt om een gerichte beroepskeuze te maken. Vervolgens zullen deze leerlingen het gekozen vak of ambacht op het mbo verder onder de knie krijgen.

Op het vmbo kan kennisoverdracht een uitdaging zijn. Het voelt soms bijna dat een aantal leerlingen een collectief belang hebben om de lessen zodanig en soms zelfs op een leuke manier te saboteren. Alsof er geen idealere situatie is, waarbij jongeren perfect met elkaar kunnen samenwerken.

Wil je dus als docent op een vmbo school les geven, dan moet je jezelf afvragen of je het spel dat deze leerlingen met je willen spelen, aankan en aandurft. Want dan pas kan je beginnen met kennisoverdracht.

Kies je om op een havo of vwo school te werken, dan kies je voornamelijk voor kennis. De onderwijsprocessen zijn redelijk gestroomlijnd en naar mijn mening redelijk klassiek en met weinig verandering in vergelijking met bijvoorbeeld twintig jaar terug. Dezelfde vakken, soms met modernere namen, en alles / veel is al redelijk vastgesteld en over het schooljaar heen gepland. De leerlingen zijn deels bewust van hun “verantwoordelijkheid” en door samen hieraan te werken, wordt het gewenste rendement vaak behaald.

Naar mijn mening is het mbo onderwijs wat complexer te beschrijven. Dit aangezien sommige mbo scholen wel meer dan 200 verschillende opleidingen aanbieden en net als bij het vmbo ook in verschillende niveaus. Dat wat voor de economische opleidingen dus geldt, kan totaal anders zijn bij de zorg- of techniek opleidingen. Uit onderzoek blijkt dat studenten, die niet precies weten wat ze willen studeren, voor een brede economische opleiding kiezen.

Ik kan mij dus voorstellen dat de intrinsieke motivatie bij deze studenten totaal anders is dan die van een student die al op de basisschool wist dat hij/zij in de zorg wilde gaan werken. Bij de economische opleidingen werk je dus soms juist aan de leer- en beroepshouding van de studenten, terwijl je binnen de opleidingen van de andere branches druk met kennisoverdracht bezig bent. Dus als je de overstap naar het mbo wilt maken; goed onderzoeken welke branche het beste bij je past.

Voor alle duidelijkheid, in het onderwijs ben je constant bezig met zowel kennisoverdracht als met beroeps- en leerhouding. Alleen vind ik dat je er bij de één meer bezig bent dan bij de ander. Daarom heb ik ook bewust gekozen om mijn visie over het hoger onderwijs niet uitgebreid toe te lichten. Want gezien de instap eisen voor deze opleidingsvorm, denk ik dat kennisoverdracht een belangrijke rol speelt en dat je een bepaald niveau van leer- en beroepshouding over de jaren heen hebt ontwikkeld.

De onderwijs-nieuwsgierige vader in kwestie werd enthousiast. Hij gaf aan zich verder hierin te gaan verdiepen en wil tenminste een keer bij een school meelopen. Hij was klaar om de overstap naar het onderwijs te maken.

 

 

 

 

Gerelateerde berichten

×