(Op-)nieuw leven

 

(Op-)nieuw leven

Met Saskia Klinkenberg van de Hogeschool Rotterdam heeft het Heldenbureau mogen werken aan de minor ‘Kansrijke zorg voor kansarmen’.

Saskia heeft met een verhalende aanpak zestien studenten mee op reis genomen. Ze hebben zichzelf leren kennen als mens en als zorgverlener. Daarnaast hebben ze moeders in Rotterdam ondersteund. Moeders die om verschillende redenen het zwaar hebben en een steuntje in de rug kunnen gebruiken.

Deze reis heeft prachtige verhalen opgeleverd. Verhalen van de studenten over hun eigen reis, maar ook verhalen door de ogen van de moeders.
‘(Op-)nieuw leven’ is zo’n verhaal. Studente Romee neemt je mee in het leven van een moeder. Een verhaal met een rafelrand, prachtig!

Dit is een van de verhalen in het boek “De vrouw die het lange pad heeft gewandeld’. Wil je meer weten of heb je interesse in het boek? Neem contact op met Saskia Klinkenberg via s.klinkenberg@hr.nl

FRAGMENT UIT: (Op-)Nieuw leven

…..

Wat? Zie ik dit nou goed? Helemaal verdoofd staar ik voor mij uit. Dit móet ik niet goed gezien hebben. Waar is het meeste daglicht? Ik loop naar het keukenraam. Ik tik het staafje per ongeluk iets te hard tegen het raam, waar ik even van wakker schrik. Ja, ik zie het goed. Twee streepjes! Wie had dat gedacht?

Zonder me er bewust van te zijn loop ik de trap op naar boven, totdat ik me realiseer dat ik stil sta in de kamer van Anne. In wat haar kamer had moeten zijn. Ik voel me even niet goed worden en pak me vast aan haar commode. Allerlei gedachten gaan er door me heen: moet ik het aan Daan vertellen? Of het nog proberen te verzwijgen, zo lang het kan? Er kan nog zó veel fout gaan, er ís al zoveel fout gegaan…

Wat als het een meisje wordt? Wat doen we dan met de spullen van Anne? Het zijn háár spullen. Tegelijkertijd voel ik me schuldig dat deze gedachtes door me heen gaan, want ben je welkom! Ik hoor de deur beneden open en dicht gaan. Daan is thuis. ‘Hoi schat!’, hoor ik hem roepen. Ik loop de trap af en kijk tegen de rug aan van mijn vriend aan die rustig de boodschappen staat uit te pakken. ‘Heb je genoeg voor drie?’, vraag ik, terwijl ik het staafje triomfantelijk in de lucht houdt.

Terwijl we naar het ziekenhuis rijden voor onze eerste afspraak bij de gynaecoloog, voel ik me misselijk worden. Niet het soort zwangerschapsmisselijkheid, zoals ik gewend ben. Ik voel mijn lichaam zich verzetten tegen het onoverkomelijke doktersbezoek. Daan pakt mijn hand en ik kijk naar hem. Ik zie het zweet op zijn voorhoofd staan.
Wij hebben geen woorden nodig om van elkaar te weten dat ondanks de blijdschap die we ervaren met het nieuwe leven in mij, dit voor ons bijna als vanzelfsprekend gepaard gaat met de dood: twee fases in het leven die normaal gesproken recht tegenover elkaar horen te staan.

We hebben geen woorden nodig, maar deze stilte maakt me nog bewuster van mijn gedachtes en misselijkheid, dus ik vraag aan Daan of hij de was nog in de droger heeft gedaan. Terugvallen op banaliteit is mijn vluchtgedrag. Dat maakt het leven dragelijk. Dat maakt dat ik me staande heb weten te houden in situaties, waarin ik me uiterst abnormaal en leeg voelde. Op kraambezoek bij de schoonzus van Daan bijvoorbeeld. Zij is, één maand na mijn bevalling van Anne, ook bevallen. Al die blijdschap en tranen van geluk, terwijl ik het één van de zwartste dagen in mijn leven vond.

Ik heb bij haar het eerste half uur een monoloog gehouden over de aanbiedingen bij de Albert Heijn en over hoe je echt goed een kwarktaart zelf kunt maken, in plaats van de pakketjes van dr. Oetker te gebruiken. Ik wilde zo graag dat alles normaal was, dat dit mij even deed voelen alsof dit ook zo was. Alsof ik één van die gelukkige moeders was met een blakend gezond kind. Alsof ik ook hard kon lachen om verhalen over de ongepaste cadeaus die sommige kersverse moeders hebben gekregen.
Het is niet alsof ik ondertussen het medelijden niet voelde, integendeel zelfs: het straalde van iedereen af. Niemand durfde meer met me te praten, waardoor ik juist ging overcompenseren en héél véél ging praten. Wat een gênante vertoning moet dat geweest zijn.

22 november 2018, de dag van de inleiding. Ik zit aan de keukentafel met mijn ‘vlucht-tas’, die al weken klaarstaat voor het geval de weeën eerder zouden komen. Daan is aan het douchen en zonder me er bewust van te zijn loop ik de trap op naar boven, totdat ik me realiseer dat ik stil sta in de kamer van Anne.

In wat haar kamer had moeten zijn, maar wat we de laatste paar maanden hebben omgetoverd tot een geelgroene jongenskamer. Ik voel me blij. Ik kijk naar de foto van haar op het kastje naast de commode. Ik pak het stevig vast en fluister: ‘Vandaag krijg je een broertje, Anne’.
De volgende dag leg ik Samuel ingebakerd in de commode. Hij kijkt vast niet bewust naar het lijstje, maar ik voel een warm gevoel opkomen. ‘Dat is je zusje Samuel’, zeg ik. ‘Ze heet Anne en jullie lijken zo ontzettend veel op elkaar. Mijn lieve, mooie kinderen.’ …
Romee 

 

Top