Len in de trein – Aflevering 2 – Cursus voor Daklozen

In de columnreeks ‘Len in de Trein’ neemt Len Harmsen, stagiair bij Heldenbureau, jullie mee in zijn treinleven. Iedere maand schrijft hij over wat hem opvalt tijdens de treinreizen van en naar Apeldoorn. Gekke dialogen, telefoongesprekken, ruzies. Alles wat ook maar opvalt is onderwerp in zijn column!
 
Aflevering 2: Cursus voor daklozen
 
De laatste weken zit hij er vaker. Fors, beide benen gestrekt, een onverzorgde bos haar en een vreemde blik in zijn ogen. Voor velen is hij onzichtbaar, geen respons, geen blik. Laatst sprak hij me aan.
 
Ik liep terug van een stroeve stagedag. Dit door een berg van “kleine dingen” die ik er even tussendoor deed. Ik moest behoorlijk hard lopen om mijn trein te halen. Voor ik de muziek wat harder zette, om mijn stress even weg te drukken, hoorde ik hem; “Jongeman, mag ik wat vragen?”
 
In een reflex draaide ik en deed een van mijn oortjes uit. Een duidelijk signaal dat mijn aandacht bij hem lag.
 
Ik wist hoe laat het was. Ik moest hem helpen of een manier vinden om hem af te wijzen, dacht ik.
 
“Sorry, ik moet echt mijn trein halen,” was het eerste wat mij wist te ontsnappen.
 
“Geen probleem, jongeman! Fijne dag verder.”
 
Met een hoofd vol vragen scande ik mijn Ov-kaart en aan de andere kant van de poortjes keek ik nog een keer om naar de vriendelijkste dakloze die ik ooit had meegemaakt.
 
Twee dagen later kwam ik hem weer tegen. Met versnelde hartslag liep ik langs hem heen. Opnieuw stak hij zijn hand op.
 
“Trein gehaald, jongeman?”
 
Ik stond versteld van zijn vraag. Zei hij dit echt? Het feit dat hij mijn reden van ontwijken had onthouden, intrigeerde mij. Alsof hij een boekje bij hield waarin stond: “Student, blond/bruin haar, grijze tas.“
 
Bestond er een cursus voor daklozen?. Zo ja, dan had deze man hem succesvol afgerond!
 
“Ja gelukkig wel!” Is alles wat ik kon antwoorden.
 
“Nou top! Fijne avond”, sluit hij af. Hij zoekt verder naar zijn volgende gesprekspartner. In de trein komen er vragen in mij op. Waarom zit de man daar? Zijn er drugs in het spel? Hij kwam zo helder over. Hij leek behoefte te hebben aan sociaal contact. Nou dat kon ‘ie krijgen. De volgende keer zou het praatje wat langer zijn, sprak ik met mezelf af.
 
Een week zag ik hem niet. Iedere dag liep ik hetzelfde stukje, maar ik kwam hem niet tegen. Tot afgelopen woensdag. Vol vertrouwen liep ik langs hem heen naar de poortjes.
 
“Jongeman, mag ik wat vragen?”
 
Enthousiast draaide ik me om. Ik ging weer wat leren over het leven van deze man. Ik schrok van de glazige ogen die terugkeken naar mij.
 
“Ik ben dakloos. Ik heb geld nodig voor onderdak. Heb je misschien wat muntjes?”
 
Het was niet de heldere man die ik de week daarvoor had gezien. Niet de man die de cursus voor daklozen had gedaan. Hij was zich niet bewust van het feit dat ik ‘de student met de grijze tas’ was. Welke trein ik moest hebben leek hem al helemaal niet te interesseren. Blijkbaar heeft de cursus voor daklozen geen garantie tot succes.
 
 
Top