Ramiro aan het woord – Aflevering 4: Een les voor het leven. –

Ramiro aan het woord

In de columnreeks “Ramiro aan het woord” reflecteert Ramiro Martina, met persoonlijke anekdotes en voorbeelden, om de week op ons onderwijs en andere levensbelangrijke zaken. Ramiro is, naast compagnon van Heldenbureau, docent op het Deltion College in Zwolle en auteur van ‘De inburgering van een Antiliaan’. Ramiro staat met de voeten in de klei en deelt graag zijn visie op relevante zaken in zijn leven in deze columnreeks.

Aflevering 4:  Een les voor het leven

Ik groeide op Curacao, op en mocht van mijn ouders aan allerlei naschoolse activiteiten deelnemen. Zo zat ik jarenlang op o.a. scouting, voetbal, honkbal, muziekles (blokfluit en piano), wedstrijdzwemmen, basketbal, dammen, schaken, handvaardigheid, tekenles, aikido en karate. Hierdoor leerde ik allerlei nieuwe vaardigheden en mensen kennen. In tegenstelling tot Nederland, hoefde je op Curacao je niet een heel jaar aan een vereniging te committeren. Je betaalt per maand en kan dus stoppen wanneer je wilt. Dit maakte het voor mij heel aantrekkelijk om veel verschillende dingen uit te proberen. Bij de ene zat ik wel vijf jaar, terwijl ik bij de andere activiteit snel uitgekeken was en stopte na een paar maanden.

Door mijn fascinatie als kind voor vechtsporten, ninja’s en de film Karate Kid hield ik karate lang vol. Ik trainde twee keer per week en sparde met oudere kinderen  met een groene band, terwijl ik nog maar een blauwe band had. Binnen mijn karateschool voelde ik me sterk. Voor mijn gevoel was er niemand die mij kon verslaan.

Op een dag melde de sensei, de karate leraar, dat hij ons had ingeschreven voor een competitie tegen een karateschool aan de andere kant van het eiland. Deze competitie zou aan het einde van de maand plaatsvinden en hij wilde de komende weken gebruiken om ons voor deze competitie voor te bereiden. Toen hij dit zei, schrok ik even. Mijn hoofd ging direct in de “rekenstand”. Ik doorliep allerlei scenario’s. Hoe zou deze dag aflopen?

Mijn vergelijkingsmateriaal waren de kinderen op mijn eigen karateschool. Dus wat mij het meest bezig hield was het feit dat ik geen voorstelling kon creëren van mijn tegenstander. Was hij groot of juist klein, sterk of zwak, lokaal of juist internationaal? Wie was deze persoon? Dit bleef de daaropvolgende weken in mijn hoofd malen. Van een ding was ik wel overtuigd. Tijdens de competitie ga ik de strijd aan met iemand met ook een blauwe band. Vergelijkbaar met een voetbalcompetitie. Je tegenstander komt uit dezelfde divisie.

Op de dag van de competitie was ik, voor mijn gevoel, in topvorm. Mentaal stabiel en door het regelmatig verslaan van mijn teamgenoten was ik er klaar voor. Tussen het aanwezige publiek zocht ik naar andere kinderen in een karatepak om mij zo alvast voor te bereiden. Wie kon ik straks  verwachten? Wat ik niet wist en pas net voor de wedstrijd aan mij werd verteld, is dat de tegenstanders op basis van lichaamsgewicht bepaald worden en niet op basis van bandkleur. Ik ben qua gewicht nooit de lichtste geweest.

Tegenover mij stond plotseling een jongen die tenminste vier jaar ouder was dan ik. We waren bijna even groot, hij zag er fit uit en keek vastberaden uit zijn ogen. Toen we elkaar voor het eerst aankeken, duurde het niet lang voor ik weg keek. Op dat moment ging in mijn hoofd “dit is niet eerlijk, hij is ouder dan mij” rond. Ik begon de wedstijd dus met knikkende knieën. Al mijn zelfvertrouwen en overwinningsdrang verdampten. Aan de kant keek ik mijn ouders verdrietig en smekend aan. Red mij! Maar dat gebeurde uiteraard niet.

De wedstrijd begon en ik kreeg een pak slaag. Ik barstte in tranen uit. Ik zag het niet meer zitten, mijn tegenstander was gewoon te sterk voor mij. De overtuiging die ik had, waarbij ik de wereld aankon en onverslaanbaar was, brak in tweeën. Na de derde ronde was het afgelopen. Mijn tegenstander en ik bogen nog voor een laatste keer tegenover elkaar. Dit als teken van afscheid en respect. We verlieten beiden de mat. Snel ging ik bij mijn moeder zitten, omdat ik me klein en gekwetst voelde. Terwijl mijn moeder mij troostte kwam mijn sensei naar mij toe. Hij was trots dat ik de wedstrijd had afgemaakt. Ik keek teleurgesteld naar hem en zei “maar hij was ouder dan mij”.

Mijn sensei reageerde direct. “Niet alles is wat het lijkt. Vandaag is je ego weer terug naar de realiteit gebracht. Je maakt een mentale groei als vechter door”. Toen begreep ik niet wat de sensei mij wilde vertellen. Nu weet ik dat dit een les voor het leven voor mij was

Gerelateerde berichten

×