Een verhaal over de kracht van Onderwijs Ondersteunend Personeel

De stille kracht

Via Marion Kemeling van Buro Schoolwerk kreeg ik de kans om het verhaal op te halen van Bertus. Hij is veertig jaar als OOP’er werkzaam in het onderwijs. Zijn verhaal laat zien dat er stille krachten zijn die veel betekenen voor onze jongeren! Lees hier zijn verhaal!

 

 

 

De stille kracht

‘Gisteren sprak ik Bertus op een training. Misschien is het een goed idee om zijn verhaal eens op te halen’, zegt Marion.

‘Waarom denk je dat?’, vraag ik nieuwsgierig.

‘Bertus is nu bijna veertig jaar conciërge. Voor mij is hij een held in het onderwijs. Onderwijs Ondersteunend Personeel (OOP), zoals Bertus, is vaak ongemerkt van grote waarde voor jongeren. Ze horen, zien en voelen alles aan in een school. We kunnen vast leren van zijn verhaal.’

Ik word nieuwsgierig. Ik ken Marion al wat langer. Zij geeft veel trainingen aan docenten en Onderwijs Ondersteunend Personeel. Ik weet dat zij scherp is op goede verhalen.

‘Wil jij hem vragen, Marion?’

Twee weken later loop ik met Marion het schoolgebouw binnen. Zij heeft mij uitgelegd dat op deze locatie aan de Wilhelminalaan de Internationale Schakelklas gevestigd is. Hier gaan kinderen naar school die bijvoorbeeld in een Asielzoekerscentrum wonen. Vaak is de Nederlandse taal nog een grote uitdaging voor ze. Sinds vorig jaar is Bertus één van de twee conciërges voor deze kinderen.

We hoeven niet te zoeken. Ik weet niet waarom, maar ik herken Bertus direct. Een man met een twinkeling in zijn ogen staat ons op te wachten. Hij lijkt op Bennie. De conciërge op mijn havo waar ik goede herinneringen aan heb.

Vijf minuten later zit ik met pen en papier tegenover Bertus. Zijn kantoor is ook de receptie voor leerlingen en bezoekers.

‘Wat is het geheim van een goede conciërge?’, vraag ik hem.

Bertus laat geen stilte vallen en antwoordt resoluut.

‘Ik vind dat je als conciërge betrouwbaar moet zijn voor leerlingen en ze mogen geen drempel voelen je iets te vertellen. Ik ben daarnaast niet streng, maar wel duidelijk. Nee is nee. Ook moet je nooit op de macht gaan zitten bij jongeren. Respect verdien je en kun je niet afdwingen.’

‘Dat lijkt mij niet altijd even makkelijk, toch?’

‘Ik denk dat het in je genen zit, maar soms loop je inderdaad tegen dilemma’s aan. Zo kwam er lang geleden een meisje naar mij toe. Ik zag dat ze al een tijdje stond te drentelen op de gang. Vlak voordat de school ging sluiten liep ze op mij af. Ze vroeg of ze mij kon spreken. Toen we buiten stonden kwam het hoge woord eruit.’

‘Ik ben zwanger, maar niemand weet het. Ook mijn vriendje, de vader, weet het niet. Meneer, ik ben compleet in de war, maar u mag het aan niemand vertellen. Belooft u dat?’

Er wordt op de deur van het kantoor geklopt.
‘Zeg het eens, Maraya’
‘Meneer, de ranja is op.’
‘Goed dat je het zegt. Ik zal straks even een nieuwe fles voor jullie pakken, goed?’
‘Is goed, meneer.’
Als Maraya weg loopt, vraagt Bertus waar we waren gebleven.

‘Bij het meisje dat vertelde dat ze zwanger was’, zeg ik.

Even blijft het stil. Dan vertelt Bertus verder.

‘Toen viel ik wel even stil. Tegenover mij zat een meisje wat zichtbaar radeloos was, mij vertelde dat ze zwanger is en ik mocht het aan niemand mag vertellen. Wat verwacht je van mij?’, vroeg ik haar.

‘Dat weet ik eigenlijk niet, maar u mag het aan niemand vertellen.’

Bertus vertelt dat hij die nacht wakker heeft gelegen. Wat moest hij doen? De volgende dag zocht hij het meisje op en liep met haar opnieuw naar buiten.

‘Ik waardeer dat je mij in vertrouwen neemt. Wellicht vind je het nu niet eerlijk, maar ik ga toch je mentor inlichten. Je hebt het mij verteld. Nu voel ik mij verantwoordelijk als conciërge en als mens om je niet alleen te laten met deze situatie.’

‘Ondanks de onrust in de ogen van het meisje haar mentor ingelicht’, vertelt Bertus mij.

‘Hoe is het verder gegaan?’

‘Tien maanden later stond ze voor mijn neus. Met een kinderwagen. Ze kwam mij bedanken. Ik was er stil van. Gelukkig heeft ze haar zoontje geen Bertus genoemd, maar ik was wel blij met mijn keuze.’

Een grote glimlach komt op het gezicht van Bertus. Ik besef dat conciërges veel meer zijn dan mannen of vrouwen die zorgen dat het kopieerapparaat het doet, de lampen goed hangen en de koffie op tijd klaar staat.  Ze zijn de oren, ogen en het hart van de school. Ook Bennie, mijn oude conciërge, was zo’n vertrouwenspersoon. Hij nam, net als Bertus, de tijd om naar je verhaal te luisteren en kwam niet gelijk met een oordeel.

‘Wat is het grote verschil tussen nu en pakweg twintig jaar geleden, Bertus?’

‘Voor mij naar de leerlingen toe is er niet veel veranderd. Vertrouwen en een veilige plek om je verhaal als leerling kwijt te kunnen zijn hetzelfde gebleven. De leerlingen op deze locatie hebben wel moeite met de taal, maar ik spreek bewust Nederlands tegen ze. Met onze handen en voeten erbij komen we heel ver.’

Bertus legt uit dat vertrouwen geven en krijgen veel verder gaat dan de gesproken taal. Ook deze kinderen, die soms nauwelijks Nederlands spreken, zoeken je op als ze ergens mee zitten. Net als twintig jaar geleden zijn leerlingen dankbaar als je iets voor ze kan doen of naar ze luistert. Lachend vertelt hij dat vroeger je nog wel eens een doos sigaren kreeg of bonbons.

‘Dat gebeurt niet meer, maar een hand of dank je wel van een leerling maakt mijn dag ook weer goed.’ ‘Wat ik wel merk in vergelijking met bijvoorbeeld twintig jaar geleden is dat de automatisering een enorme grote rol speelt op scholen. Alles moet digitaal en het ene systeem is nog niet ingevoerd of het volgende staat al klaar. Daar heb ik moeite mee, ik hou dat niet meer bij. Ook zijn de scholen veel groter geworden. Vroeger kende je alle collega’s goed en sprak je elkaar vaak, ook privé. Dat is er nu niet meer bij.’

‘Zijn er ook minder leuke kanten aan je werk?’

‘Aan mijn werk als conciërge niet. Ik geniet iedere dag en ga elke dag tevreden naar huis. Ik vertelde over het groter worden van de organisatie. Dat gaat gepaard met reorganisaties. Daar word ik niet vrolijk van.’

‘Heb je er persoonlijk mee te maken gehad?’, vraag ik.

Ik merk aan Bertus dat mijn vraag hem raakt. Zijn ogen lijken wat kleiner te worden, maar na een korte pauze vertelt Bertus zijn verhaal. Na bijna veertig jaar conciërge te zijn geweest op een vaste locatie moest Bertus vorig jaar noodgedwongen naar de Wilhelminalaan.

‘Onze interim directeur had besloten dat een van de conciërges naar deze locatie moest.

Docenten op de Wilhelminalaan wilden Bertus graag hebben. Hij was gevleid, maar zag het niet zitten. De collega’s kwamen er niet uit. Vlak voor de zomervakantie kreeg Bertus de mededeling dat hij naar de Wilhelminalaan moest. In het begin voelde het als een degradatie.

‘Gelukkig ben ik gewoon begonnen en heb mijn stinkende best gedaan. Het viel, eerlijk gezegd, niet tegen. Er was genoeg te doen en de leerlingen waren dankbaar.
’Al snel fietste ik elke dag met een glimlach naar huis. Dat ik toen geen uitleg over de beslissing heb gekregen, doet mij nog wel pijn. Misschien had ik het ook dan niet leuk gevonden, maar wel begrip kunnen opbrengen voor de keuze.’

Ook de docenten waarderen de aanwezigheid van Bertus enorm. Ze steken niet onder banken of stoelen dat de rust van Bertus leerlingen en docenten een veilig en vertrouwd gevoel geven. Ze kijken dan ook niet uit naar april 2020. Dat is het moment dat Bertus afscheid gaat nemen van het vak als conciërge.

‘Ik ga nog elke dag met plezier naar mijn werk, maar volgend jaar april is het goed geweest. Ik kijk dan terug op veertig prachtige jaren.

‘Wat ga je dan doen?’

‘Ik kom al zestig jaar op hetzelfde vakantiedorp. De Jutberg in Laag-Soeren. Ik ben door de eigenaar gevraagd om o.a. toezicht te gaan houden op het zwembad. Dat lijkt mij prachtig. Ik hoef mij dus niet te vervelen.’

Ik lach.
‘Eigenlijk ben je dan ook een conciërge, toch?’

‘Dat klopt, zo had ik het niet bekeken. Het zit blijkbaar in mijn bloed.’

Ik vraag Bertus wat hij zijn opvolger volgend jaar wil meegeven.

‘Ik denk niet dat er een opvolger komt, maar als dat wel gebeurt dan zou ik hem adviseren om altijd op zoek te gaan naar het verhaal achter de leerlingen, oren en ogen altijd open te houden en te investeren in de relatie met collega’s.’

Als we het gesprek afronden vertelt Bertus dat hij ook ooit zes jaar in de Schilderswijk in Den Haag heeft gewerkt als OOP’er.

‘Daar kan ik ook nog genoeg verhalen over vertellen.’
‘Daar kom ik zeker een keer voor terug’, antwoord ik.

Ik loop het schoolgebouw uit en begrijp heel goed waarom Marion mij adviseerde om met Bertus in gesprek te gaan.

Top