‘De Verhalenpoli’ – online –

                                                                          Leven is haar lust                                                              

In de reeks ‘De Verhalenpoli’ – online – deze keer een column van Bas Schepers. Hij schreef deze een paar jaar geleden tijdens de laatste levensfase van zijn oma. Haar dankbaarheid voor het leven, positieve insteek en niet materialistische inslag zijn, juist in deze tijd, nog steeds actueel. ‘Zij liet mij zien waar het in het leven echt om draait. Dat wordt voor mij nu meer dan duidelijk.’ (Bas Schepers)

 

Leven is haar lust

Als ik over de gang loop, zie ik haar al liggen. Haar hoofd komt boven de dekens uit en als ik mijn eigen hoofd om de hoek steek zie ik mijn moeder naast haar zitten. Ik ga de kamer binnen en hang mijn jas aan de kapstok. Ik draai mij om, buig voorover en geef mijn oma een kus op haar voorhoofd.

‘Dag jongen, waar kom jij vandaan?’ Ze kijkt over haar brillenglazen heen.

‘Uit Apeldoorn,’ zeg ik.

Ik ga op het ziekenhuisbed zitten. Vol bewondering kijk ik naar haar. 91 is ze. In haar leven is ze veel kwijtgeraakt. Haar man, een bedrijf, haar schoonzoon, haar broer en meerdere vriendinnen. Ook begint haar geheugen te verdwalen en kan ze niet terug naar haar geliefde huisje midden in het dorp. Te gevaarlijk.

Twee dingen is ze nog niet verloren en houdt ze ook stevig vast. Dat zijn haar levenslust en haar humor. Ondanks vele hart- en herseninfarcten, longontstekingen en gebroken botten weet ze van geen ophouden. Klagen doet ze niet, aan anderen denken wel. Ze geniet van het rumoer aan haar bed, lekker eten, koffie en grapjes maken. Ik heb chocolade meegebracht en geef haar een stukje.

Een verpleegkundige komt binnen en helpt haar om iets meer rechtop te gaan zitten in bed. Mijn oma vraagt of ze ook een stukje chocolade wil.

‘Nee, dank je. Dan worden mijn billen te dik.’

Ik hoor mijn oma achteloos zeggen dat dat niet veel uitmaakt, want ze zijn al aan de forse kant. De tranen lopen over mijn wangen. De zuster is ad rem en kaatst terug: ‘Hoor wie het zegt’.

Ik zie dat ze moe wordt, haar ogen vallen bijna dicht. De boerenkool met worst doet zijn werk. Toch blijft ze contact met mij zoeken. Als haar ogen opnieuw dichtvallen, zeg ik dat ze mag gaan slapen. ‘Dat is goed,’ zegt ze.

‘Voetbal je nog?’

Verbaasd kijk ik haar aan. Waar komt dit vandaan?

‘Nee oma, ik ben al een jaar of 10 gestopt, maar wat scherp van je.’

‘Ja, ik ben wel oud, maar nog niet helemaal versleten.’

Ook ik klaag te vaak over alles waar we in Nederland over mopperen. Het weer, de files, hakkelende politici, slechte koffie, de NS, hypotheken, energierekeningen en de gezondheidszorg. Allemaal onzin en niet nodig, besef ik als ik naar mijn oma kijk. Zij zag de rijkdom waarin ik mag leven beetje bij beetje ontstaan, zij hielp eraan mee. Ik denk echter dat onze levenslust niet recht evenredig is meegegroeid met onze welvaart. Ik kan een voorbeeld nemen aan mijn oma.

Ondertussen draait zij zich om en valt lekker in slaap. Ik loop weer de gang op en fluister zacht: ‘Slaap lekker oma’.

 

Top