De goochelaar

Held uit het oosten!

Dit verhaal gaat over Bram. Naast zijn studie aan ROC van Twente heeft hij twee passies; judo en…..goochelen. Wekelijks laat hij zijn klasgenoten versteld staan met een kaarttruc. Benieuwd naar zijn verhaal? Lees het verhaal ‘De goochelaar’.

De goochelaar

‘Had je gehoopt dat ik mijn speelkaarten zou meenemen?’

‘Eerlijk gezegd wel’, zeg ik.

Bram kijkt mij lachend aan en samen lopen we verder de trap af. Even daarvoor heb ik Bram, samen met Joke, opgewacht bij het lokaal waar hij de afgelopen twee uur les heeft gehad. Joke is zijn docente Engels. Zij heeft voor mij een interview met Bram geregeld. Zij wil graag dat ik zijn verhaal deel.

We staan in de prachtige hal van de Gieterij. Een locatie van het ROC van Twente. Met z’n drieën zoeken we een plek in het restaurant van de school. We lopen naar een tafel in een rustige hoek en gaan zitten. Ik bestel een koffie. Bram neemt een warme chocolademelk.

Joke had mij al verteld dat Bram, iedere week op vrijdag, in zijn klas een nieuwe kaarttruc laat zien. Vorige week was de afsluiting van de tweede periode en Bram had beloofd dat hij een bijzondere truc zou voorbereiden. In plaats van een leerling als vrijwilliger te nemen, liet hij nu twee docenten en de directeur in verbijstering achter. Net als de hele klas trouwens.

Ik vertelde Joke voor het interview dat ik natuurlijk ook zijn goochelkunsten wilde zien.

‘De volgende keer neem ik mijn speelkaarten mee’, belooft Bram. ‘Ik zal een nieuwe truc voorbereiden.’

‘Dat lijkt mij erg leuk, Bram.’

Ik vertel hem dat ik naast het zien van een truc met speelkaarten ook nieuwsgierig ben naar zijn verhaal over zijn ervaringen op school. Verdere uitleg is niet nodig. Bram begint meteen te vertellen.

Hij zit nu in het derde jaar van de opleiding metaalbewerker. Bram vindt zelf van niet, maar zijn weg ernaar toe is bijzonder. Bram is begonnen op Phanta Rei, een school voor speciaal onderwijs.

Door zijn autisme was deze school de juiste voor hem. Er was extra aandacht, hij zat in een kleine klas en de docenten hadden voldoende tijd om zijn vragen te beantwoorden.

Bram heeft op Phanta Rei gemerkt dat hij anders informatie verwerkt dan zijn klasgenoten. Daarom begint hij altijd op tijd met het plannen en maken van zijn huiswerk. Ook kent hij zichzelf goed en weet hij nu wat hij moet doen als iets onduidelijk is voor hem. Niet mee blijven zitten, maar vragen om duidelijkheid.

Ondertussen wordt het drukker in het restaurant, steeds meer docenten komen hier voor hun lunch. Bram lijkt hier echter geen last van te hebben. Met grote ogen en een brede glimlach gaat hij verder met zijn verhaal.

Na vier jaar nam Bram afscheid van Panta Rei en vervolgde hij zijn reis door het onderwijs op een bedrijfsschool. Met als doel een kwalificatie als allround constructiewerker. Een praktijkgerichte mbo-opleiding van 3 jaar.

‘Ik kreeg niet voldoende uit mijn handen’, vertelt Bram. ‘De theorie ging goed, alleen in de praktijklessen was mijn werktempo niet snel genoeg.’

Hij was teleurgesteld, maar zat niet bij de pakken neer. Samen met zijn ouders en leraren zocht hij naar een oplossing. Ze maakten de keuze om het praktijkgedeelte voor de rest van het jaar te laten vallen. Dit betekende dat hij niet stopte met de opleiding, maar dat Bram dat jaar alleen de theorievakken zou volgen.

Elke dag fietste hij door weer en wind van zijn huis in Bornerbroek naar Hengelo, terwijl hij wist dat een diploma er niet in zou zitten voor deze opleiding. Bram haalde, op eigen initiatief, echter nog wel dat jaar zijn lasdiploma.

‘Je weet nooit waar dit nog goed voor is’, licht Bram toe.

Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Hij bleef nadenken
over een vervolg. Opgeven kwam niet in zijn gedachten op.

‘Zou mbo niveau 4 niet beter bij je passen?’, zei een docent tegen Bram.

Daar had hij zelf niet aan gedacht. De docent was van mening dat een meer theoretische opleiding beter bij hem zou passen. De theoretische vakken op niveau 3 gingen Bram namelijk gemakkelijk af.

Bram laat mij zijn schrift zien voor het vak materiaalkunde. Het staat vol met aantekeningen en veel stukken tekst zijn geel gearceerd.

‘Ik werk zeer nauwkeurig en vind het moeilijk om direct hoofd- en bijzaken te scheiden. Daarom maak ik lange samenvattingen en kost het leren ervan mij veel tijd. Zo heb ik afgelopen zaterdag acht uur aan mijn huiswerk gezeten. Maar uiteindelijk haal ik goede cijfers, ook nu op niveau 4.’

De eerste kennismaking met niveau 4 was tijdens een meeloop-dag voor de opleiding Werktuigbouwkunde. Daar ontmoette Bram ook Joke. Hij voelde zich direct thuis en zag zichzelf hier wel zijn reis vervolgen binnen het ROC van Twente.

‘Vooral de manier van lesgeven sprak mij erg aan. De docenten waren duidelijk, hadden humor en ik mocht zelf mijn structuur van huiswerk maken bepalen.’

De meeloop-dag maakte Bram enthousiast en er volgde een intakegesprek met dhr. Kooijman. Deze vroeg zich tijdens het gesprek af of Bram niet onder zou sneeuwen. Daar was Bram niet bang voor en hij kreeg gelijk.

‘In de klas houden ze mij nu allemaal te vriend. Als ze vragen hebben over het huiswerk, het rooster of de toetsen komen ze bij mij. Ik ben een soort agenda van de klas’, zegt Bram lachend.

Joke vult aan dat Bram bewondering heeft voor de handigheid van sommige klasgenoten bij praktijkvakken, maar dat deze jongens soms Bram vragen om extra uitleg bij een theorievak.

Eigenlijk heeft Bram van zijn mogelijke beperkingen door autisme een kracht gemaakt. Met de discipline in het maken van huiswerk, het stellen van vragen en het tijdig beginnen met leren voor een toets is hij nu een voorbeeld voor zijn klasgenoten. Voor Bram zelf is het belangrijk om op deze manier te werken. De opleiding geeft hem veel stress. Door op tijd te beginnen en veel te vragen stellen zorgt hij ervoor dat hij de stress onder controle kan houden.

Bram zit inmiddels in het derde jaar van de opleiding en is in de eerste lesweek van dit schooljaar overgestapt naar een andere klas. De reden? Bram heeft naast kaarttrucs nog een passie: judo. Deze vechtsport beoefent hij nu een aantal jaar.

Naast zijn eigen judoles op de donderdagavond, helpt hij sinds enige tijd op de vrijdagmiddag ook met de lessen bij jongere kinderen. Dit is zijn lust en zijn leven.

‘Het helpen met de judolessen is voor mij een uitlaatklep. Ik vergeet dan even alles van school en kan mij helemaal uitleven. De vrijdagmiddag is voor mij heel belangrijk en die wil ik voor geen goud missen.’

Aan het begin van dit schooljaar leek er echter een einde te komen aan deze uitlaatklep voor Bram. Op vrijdagmiddag zou hij praktijkles hebben, gaf het rooster aan. Deze lessen mocht hij niet missen. Hoewel de opleiding probeerde Bram tegemoet te komen was er na lang zoeken maar één mogelijke optie: wisselen van klas.

Bram vond het heel spannend en had de mogelijke voor- en nadelen wel tien keer opgeschreven. Uiteindelijk luisterde hij naar zijn hart. Judo op de vrijdagmiddag was te belangrijk voor hem om te laten vallen en hij vroeg overplaatsing naar de andere klas aan.

De docenten twijfelden. Wordt Bram wel geaccepteerd in de andere klas? Kan hij zo’n verandering wel aan? Maar Bram was duidelijk, hij wilde overstappen en wist dat het spannend zou worden. Een moedige stap volgde. Hij merkt nu nog steeds dat hij uit de judolessen zoveel voldoening haalt dat het de switch van klas waard is geweest.

‘Eigenlijk is de overgang heel goed gegaan. Een docent wist dat ik soms een kaarttruc oefende voor mijzelf en vroeg of ik er eentje aan mijn nieuwe klas wilde laten zien. Dat vond ik heel spannend, maar ik heb het toch gedaan. Het werd een succes, met als gevolg dat ik nu elke vrijdag een nieuwe kaarttruc in de klas laat zien. Ze noemen mij nu “de goochelaar”.’

Joke herinnert zich nog dat ze Bram in de gang tegenkwam, op de eerste dag na de klaswissel.

‘Hoe gaat het?’, vroeg ze. Ze was erg benieuwd naar zijn eerste ervaringen.

Bram antwoordde dat hij het heel spannend vond, maar dat het goed zou komen. ‘Ik ga gewoon naast iemand zitten en maak een praatje.’

Ik vraag Bram wat hij belangrijk vindt bij een docent.

‘Het belangrijkste voor mij is dat ze zich aan hun eigen regels houden.’

Bram heeft eerder meegemaakt dat een docent een toets niet door liet gaan of verplaatste naar een ander moment. Hier heeft hij veel moeite mee. De meeste docenten zijn overigens goed op de hoogte van zijn situatie en houden hier rekening mee. Bijvoorbeeld door snel te reageren op een vraag van Bram, omdat ze weten dat hij onrustig kan worden van onduidelijkheid.

Ook Brams ouders helpen hem. Ze praten veel met hem over school en hij kan zijn twijfels bij ze kwijt. Bram stopt veel tijd en energie in zijn opleiding. Dit ook omdat hij moeite heeft om in te schatten wanneer hij de stof voldoende beheerst. Hij blijft, ondanks goede resultaten, bang om een onvoldoende te halen.

‘Ik ben bang voor de examens volgend jaar. Als ik dan een onvoldoende haal, is alles voor niets geweest.’

Joke vraagt zich af waarom hij zo bang is voor de examens volgend jaar.

‘Hoeveel onvoldoendes heb je tot nu toe gehaald?’

‘Geen één’, zegt Bram.

Er verschijnt een kleine glimlach op zijn gezicht. Ik besef dat Bram, ondanks deze woorden, toch hard zal blijven leren. Zijn manier van informatie verwerken is anders dan die van mij.

Zijn onzekerheid over het beheersen van de stof zal niet verdwijnen. De discipline van Bram is echter heel groot en dat maakt dat ik er honderd procent op vertrouw dat hij over een jaar met een diploma op zak de deur van de Gieterij uitloopt.

‘Waar droom je van?’

Even blijft het stil. Dan zegt Bram, zonder twijfel:

‘Ik zou graag leraar willen worden. Ik kan dan ook leerlingen helpen. Zonder hulp van de docenten op het ROC was ik niet zover gekomen. Alleen had ik het niet gered. Net als bij de judolessen vind ik het heel erg leuk om andere kinderen te helpen. Als leraar doe je dat ook.’

Joke kijkt mij aan, ik knik en we lachen allebei. We vertellen Bram dat hij de hulp van docenten zelf heeft afgedwongen en dat docenten hem graag helpen door zijn gedrag en instelling.

Bram heeft inmiddels rode wangen, maar praat nog honderduit. Ik vraag hem of hij het aan wil geven wanneer het genoeg is voor hem. Hij zegt dat zijn energie opraakt. Hij moet ook nog naar huis fietsen. We besluiten af te ronden.

Tot slot vraag ik hem welk advies hij aan andere leerlingen zou geven. Weer zonder twijfel begint Bram te praten.

‘Twijfel niet aan jezelf. Je kunt meer dan je denkt. Het maakt niet uit hoe je bereikt wat je wilt, maar dat je er komt.’

Ik kan alleen maar met respect naar Bram kijken. Achttien jaar oud, maar wat een wijze vent. Daar kan ik nog wat van leren. Die goocheltruc hou ik ook nog van hem tegoed. We geven elkaar een hand en ‘de goochelaar’ vertrekt op weg naar zijn fiets. Ik berg mijn aantekeningen op en kijk hem vol bewondering na.

Top