Daniel

 

Een nieuw verhaal over een nieuwe held; Daniël.

Daniël is drie jaar leerling geweest van de weekendschool Kids College Apeldoorn (KCA) en dit verhaal vertelt zijn reis en de rol die KCA daarin heeft gespeeld! Het verhaal is opgehaald door Het Heldenbureau ter ere van het tienjarig jubileum van Kids College Apeldoorn.

 

Daniël

‘Heb je een idee waarom Saskia jou gevraagd heeft voor dit interview?’

‘Ik heb werkelijk geen idee, meneer.’

Tien minuten eerder kwam Daniël bij brasserie Martins binnenlopen. Donkere ogen, leren jas en een fonkelende oorbel in zijn linkeroor. Als hij zich voorstelt, spreekt hij mij met u aan.

‘Zeg maar jij, dat vind ik prettiger’, hoor ik mijzelf zeggen.

Saskia, coördinator van Kids College Apeldoorn , belde mij laatst. ‘Wellicht is het voor jou interessant om het verhaal van Daniël te horen en er een verhaal over te schrijven. Het kan andere jongeren inspireren. Dat weet ik zeker.’

Nu zit hij tegenover mij en ben ik benieuwd welk verhaal er achter deze jongen schuilgaat. Ik leg hem uit dat ik zijn verhaal graag hoor en wil opnemen in een boek dat ik volgend jaar uitbreng.

‘Dat lijkt mij gaaf. In een boek staan’, zegt hij met een grote lach op zijn gezicht.

We bestellen thee en ik vraag hem welke opleiding hij nu volgt. Daniël begint te vertellen.

‘Ik zit nu in mavo 4 en moet dit jaar examen doen. Ik heb er nu al stress van, niet normaal. Vooral het vak Nederlands vind ik moeilijk. Ik ben trouwens na de basisschool niet gelijk begonnen op de mavo, maar op het vmbo-kader. Wist u dat?’

Ik schud mijn hoofd. Het teken voor Daniël om verder te vertellen.

‘Ik wist dat ik mavo kon, maar de leraar op mijn basisschool vulde kader in. Daar ben ik begonnen. Ik was in het begin druk met van alles en nog wat, maar niet met opletten tijdens de les en huiswerk maken.

‘Eigenlijk was ik een rotjong voor leraren. Ik had een kort lontje, vooral als ik vond dat mensen mij onrechtvaardig behandelden. Totdat een politieagent mij vertelde dat je minimaal mavo nodig hebt om bij de politie te kunnen.’

Daniël knipt met zijn vingers en gaat door.

‘Toen wist ik het, ik moet en zal naar de mavo gaan. Vanaf dat moment ben ik mijn best gaan doen, liet mij niet meer op de kast jagen en haalde alleen nog maar goede cijfers. De leraren waren verbaasd, maar ik deed erg mijn best om naar de mavo te kunnen. Dat is gelukt’, vertelt hij glimlachend.

‘Ik wil heel graag bij de politie. Vanaf mijn zevende weet ik het al zeker. Ik word politieagent en ga werken bij het arrestatieteam. Niemand houdt mij tegen.’

‘Wanneer vertelde een politieagent dat je mavo nodig hebt?’, vraag ik hem.

‘Ik heb, via Kids College Apeldoorn, stage bij de Politie in Apeldoorn kunnen lopen. Dat was echt heel gaaf. Ik mocht mee met een grote verkeerscontrole en ik heb ook meegereden in een politiebusje tijdens een grote wielerronde.

Toen moest ik zelfs overgeven.’

Verbaasd kijk ik hem aan.

‘Moest jij overgeven?’

‘Ik was wagenziek, niet normaal.’

‘Niet handig als je bij het arrestatieteam wilt werken’, flap ik eruit. Er verschijnt een grote glimlach op zijn gezicht. Hij kan gelukkig tegen een grapje.

‘Tijdens de stage vroeg ik aan mijn begeleider welke opleiding ik nodig had. Hij vertelde mij dat ik minimaal een mavo-diploma moest hebben. Ik ben trouwens zijn naam vergeten. Jammer, hij was echt aardig en een goede politieagent.’

Ik neem een paar slokken van mijn thee en laat de woorden van Daniël op mij inwerken. Ik merk dat ik bewondering heb voor zijn vastberadenheid en wil van hem weten hoe hij bij Kids College Apeldoorn terecht is gekomen.

Daniël vertelt dat Denise in de klas op de basisschool langs kwam. Zij legde uit wat het Kids College Apeldoorn deed. Hij werd enthousiast en wilde er graag aan deelnemen. Dat je dan op zondag ‘naar school’ zou moeten vond hij niet erg. Aan zijn moeder vertelde hij over het bezoek van Denise en dat hij er graag naar toe wilde.

‘Zij vroeg of ik het zeker wist. Toen ik vertelde dat ik hierdoor misschien wel een kijkje zou kunnen nemen bij de politie, wist ze genoeg.’

‘Schrijf je maar in’, zei mijn moeder.’

Zijn vrienden verklaarden hem voor gek.

‘Je gaat toch niet op zondag naar school’, was hun reactie.

Daniël trok zich er niets van aan en nam twee jaar lang deel aan alle activiteiten. Hij heeft er nieuwe vrienden ontmoet, geleerd hoe je óók kunt reageren op onrechtvaardigheid en hij heeft een kijkje kunnen nemen in de keuken van verschillende beroepen.

Zo zijn ze op bezoek geweest bij een notaris en een manege. Het hoogtepunt voor Daniël was echter zijn stage bij de politie. Toen wist hij het helemaal zeker: ik word agent.

Daniël weet dat hij nog een weg te gaan heeft, voordat hij zich agent mag noemen. Eerst dit schooljaar een diploma halen, dan in twee jaar de mbo-opleiding Orde & Handhaving afronden. Als hij 18 jaar is, kan hij starten op de politieacademie. Daniël heeft de weg al uitgestippeld en is druk bezig met zijn reis door het onderwijs.

Ik raak steeds meer gefascineerd door zijn gedrevenheid en vraag hem waar deze vandaan komt.

‘Mijn ouders hadden weinig geld. Ik had op mijn dertiende drie krantenwijken en verdiende 120 euro in de maand. Ik betaalde alles zelf. Ik wilde niet dat mijn ouders kleren, schoenen of een telefoon voor mij moesten betalen, terwijl ze daar geen geld voor hadden. Zo heb ik al jong geleerd mijn eigen boontjes te doppen.’

Ook nu werkt hij naast zijn school nog veel. Twee tot drie keer per week staat hij in de keuken van restaurant Het Ei van Columbus in Beekbergen. Als keukenhulp leert hij koken en wast hij af. Hij heeft geen ambitie om kok te worden, maar vertelt dat het wel leuk is om nieuwe dingen te leren.

‘Mijn moeder brengt mij daar elke keer heen. Ik blijf toch een moederskindje’, zegt hij, zonder dat ik iets van schaamte bij hem zie.

‘Ik ben trots op mijn moeder en wat ze voor mij doet. Dat mag iedereen weten. Vroeger moest ze nog wel eens naar school komen, als ik weer eens wat had uitgevreten. Nu is dat niet meer nodig. Mijn ouders hebben een moeilijke tijd gehad, gelukkig gaat het nu weer beter. Daar ben ik blij om.’

Hij neemt een paar slokken van zijn thee en dan, zonder dat ik erom vraag, vertelt Daniël mij een anekdote die zijn gedrevenheid toont. Hij kiest zijn eigen pad, dat is mij wel duidelijk. Hij is warmgedraaid en ik hoef geen vragen meer te stellen. De verhalen komen vanzelf, ik hoef alleen maar te luisteren.

‘Mijn vader komt uit Bosnië. Mijn opa en oma wonen daar nog. Ieder jaar ga ik in de zomervakantie terug om bij hen te zijn. Het liefst samen met mijn ouders.

Een paar jaar geleden hadden mijn ouders niet genoeg geld om de reis te betalen en zijn ze niet gegaan. Ik wel. Met mijn krantenwijken had ik genoeg geld verdiend om erheen te kunnen. Toen heb ik zelf een vliegticket gekocht en hebben mijn opa en oma mij opgehaald op het vliegveld. Ik moest en zou naar ze toe.’

Ik besef dat deze jongen weet wat hij wil en bedenk dat ik zelf op mijn zestiende nog geen idee had.

‘Misschien kun jij jouw verhaal een keer aan de huidige leerlingen van Kids College Apeldoorn vertellen? Zou je dat leuk vinden?’, vraag ik hem. ‘Hebben ze jou al eens gevraagd?’

‘Nee, nog niet. Ik zou dat zeker leuk vinden. Ik vond het altijd erg leuk daar en zou wel weer eens terug willen. Misschien als ik bij de politie zit. Ik kan dan vertellen hoe het eraan toe gaat in een arrestatieteam.’

Zelf heb ik er alle vertrouwen in dat Daniël een interessant verhaal heeft te vertellen. Als we het gesprek afronden laat hij mij nog een aantal foto’s van tekeningen zien op zijn telefoon.

‘Ik teken graag wanneer ik onrustig ben. Het leidt mij af en geeft mij een goed gevoel.’

‘Misschien kan je wel compositietekenaar bij de politie worden. Twee vliegen in een klap.’

‘Daar heb ik nog niet aan gedacht, maar wie weet’, zegt Daniël.

Een paar minuten en een stevige handdruk later loopt hij de brasserie uit. Ik kijk hem na en bedenk dat ik wel weet waarom Saskia aan Daniël dacht voor dit interview. Ik hoop hem over een jaar of tien tegen te komen in zijn politie-uniform.

 

Top