Column: Reddingsboten

Waarom we in het onderwijs achter de feiten aan zwemmen

Deze column schreef ik al even geleden. Alleen blijft hij nog actueel. Lees hier mijn mening over de ‘ratrace’ in ons onderwijs!

 

 

 

 

Reddingsboten

Ik ben ooit door een reddingsboot uit het water gevist. Niet op de Noordzee, het Gardameer of het meer van Geneve, maar in Veenendaal. Na twee weken ziek, zwak en misselijk te zijn geweest dacht ik wel even mee te doen aan de plaatselijke triatlon in Veenendaal.

Fiets achterop de auto, loopschoenen in de tas, wetsuit mee en daar ging ik op weg. Twee uur later stonden al mijn spullen klaar en klonk het startschot. Zonder enige warming up ging ik het water in.

Na 300 meter spartelen in de plas van Veenendaal zat mijn triatlon er op. Ik stak mijn gebalde vuist omhoog. Het teken voor de mannen en vrouwen in de reddingsboot. Een halve minuut later werd ik in het bootje getakeld en voeren we naar de kant. Mijn vader stond daar en begreep er niks van. Misschien wilde ik wel te veel mijn best doen voor hem of mijzelf bewijzen. Ik denk stiekem allebei.

In ons onderwijs zie ik deze reddingsacties ook. Er komen steeds meer reddingsboten op de meren van ons onderwijslandschap. Promovenduspsychologen, studiepsychologen en elk zichzelf respecterende school heeft een batterij aan maatschappelijk werkers die spartelende en verdrinkende leerlingen uit het water vissen. De reddingsbrigades van de huiswerkinstituten zijn zelfs dag en nacht in touw.

Prestatiedruk, dreigende studieschuld, niet weten wat te doen en angststoornissen. Studeren is geen pretje. Recent onderzoek zegt ons dat het aantal depressieve studenten die zelfmoord overwegen schrikbarend hoog is. Studenten knijpen zichzelf uit als een citroen. Net als ik in Veenendaal.

Ik koos er niet voor om rust te nemen, maar dook het water in van Veenendaal. Ik legde mijn lat gewoon te hoog. In het onderwijs hebben we er ook een handje van. De onderwijslat wordt zelfs steeds hoger gelegd. Door wie? Door ons allemaal. Ouders dringen aan op een zo hoog mogelijk studieadvies, er zijn scholen voor peuters met leerproblemen, studenten willen zo snel mogelijk de arbeidsmarkt op, leraren leggen bij het 10 minuten gesprek gelijk een grafiek voor je neus en Universiteiten komen met allerlei excellent programma’s.

Het feit dat mijn dochters elke dag in vrijheid naar school kunnen is een groot voorrecht. In Syrië gaat 43% van de gevluchte kinderen geen dag naar school. We doen het dus nog niet zo gek in Nederland. Onderwijs is een plek om te leren, verwonderen en ontdekken. Steeds meer kinderen en jongeren worden er echter ziek van. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Toch kiezen we niet voor de natuurlijke weg van rust nemen, uitzieken en de lat wat naar beneden leggen. Nee, we gooien er nog wat reddingsboten tegenaan en de ‘ratrace’ gaat door. Willen wij dat?

Top