Buikpijn

Buikpijn

Weten wat het beste medicijn tegen buikpijn is? Lees mijn nieuwe column voor de reeks #indeklasvanbas voor Aventus!

 

 

 

 

Buikpijn

Het is vrijdagochtend. Collega Anne heeft mij gevraagd een gastles te geven aan haar ltb-klas. Niet over anatomie deze keer, maar over de kracht van verhalen. Welke verhalen hebben leerlingen in zich? Wat is hun eigen verhaal?

Ik stel mijzelf voor en leg de leerlingen uit wat de bedoeling is. Aan de hand van oefeningen gaan ze aan de slag met hun eigen verhaal. Het hoeft geen boek te worden, maar het doel is dat ze schrijven over een anekdote of gebeurtenis die ze bezighoudt. Ik heb één belangrijke voorwaarde. Het verhaal moet beginnen met ‘Er was eens…’

‘Dat lukt mij nooit.’ ‘Dat kan ik echt niet.’ ‘Wat moet ik dan schrijven?’

De opmerkingen van de leerlingen vliegen door de klas. Gelukkig ben ik dit gewend. Ik wacht rustig af. Eén leerling zegt niks en begint direct te schrijven.
Als de leerlingen wat gekalmeerd zijn, vertel ik dat ik ze help en dat we stap voor stap het verhaal opbouwen. Met wat praktische schrijftips en een oefening als warming-up komt de rust in de klas terug. Een kwartier later is iedereen aan het schrijven.
De leerling die direct begon te schrijven, Katja, heeft haar pen niet meer van het papier gehaald. Ze is stil en werkt ijverig door.

Voor de pauze meld ik dat wie wil, straks zijn of haar verhaal mag voorlezen. Ik zie een aantal leerlingen schrikken. Katja kijkt mij aan en zegt niets.
De pauze is voorbij. We gaan verder en de eerste leerlingen steken hun hand op met een vraag.

‘Hoe moet ik dit schrijven?’ ‘Mag je het ook zo opschrijven?’ ‘Wat als ik even niet meer weet wat ik moet schrijven?’

Kortom, ze zitten in hun eigen verhaal. Als ik aankondig dat ik graag een of twee verhalen hoor, blijft het stil. Ongemerkt gaat mijn blik naar Katja. Even kijken we elkaar aan. Dan stel ik haar de vraag.

‘Zou jij je verhaal willen vertellen?’

‘Ja, maar ik vind het heel spannend. Ik heb er buikpijn van.’ Ze kucht een paar keer en grijpt haar papier stevig vast.
‘Begin maar’, hoor ik mijzelf zeggen.
‘Er was eens een meisje in Apeldoorn.’ Dit is de eerste regel die ze uitspreekt. Daarna vertelt ze ons over haar leven met haar moeder.

Haar komst was niet gepland en vanaf haar geboorte heeft haar moeder zich weinig om haar bekommerd. Haar vader heeft ze nooit ontmoet. Ze had een dak boven haar hoofd en kreeg te eten. Toen ze acht jaar was zorgde ze al voor haar eigen ontbijt en vanaf haar twaalfde was ze meer alleen thuis dan met haar moeder. Er kwamen geregeld hulpverleners over de vloer.

In de klas is het doodstil en niemand kijkt naar mij. Alle ogen zijn gericht op Katja. Ze leest verder, haar stem hapert soms een beetje.

Vanaf de middelbare school werd Katja somber. Ze had geen aansluiting in de klas, was vaak verdrietig en keerde steeds meer in zichzelf. Hoe ze zich voelde vertelde ze aan niemand, zeker niet aan haar moeder. Op sommige momenten wilde ze er zelfs niet meer zijn. Wie zal mij missen, vroeg ze zich af.

Tijdens haar verhaal hou ik Katja goed in de gaten. Ik besef dat het heftig voor haar kan zijn en wil dat het voor haar veilig blijft voelen om haar verhaal te vertellen.
Dan neemt ze ons mee in haar ontmoeting met haar huidige vriend. Aan hem heeft ze voor het eerst haar verhaal verteld. Dit luchtte zo op dat ze weer vaker met een glimlach rondliep. Ze eindigt haar verhaal met te vertellen dat ze haar moeder nu nog af en toe spreekt en de relatie met haar steeds beter een plekje kan geven.

Na haar laatste woorden kijk ik de klas in. De ogen van de leerlingen zijn allemaal gericht op Katja. Dan gebeurt het. Iedereen begint te klappen. Katja weet niet waar ze kijken moet en toch zie ik dat ze opgelucht is.

Na het applaus vraagt een leerling aan haar: ‘Hoe is het met je buikpijn?’

Katja zegt dat ze er geen last meer van heeft en een grote glimlach verschijnt op haar gezicht. Ik weet het zeker. Verhalen zijn een perfect medicijn voor buikpijn.

Top