‘De Verhalenpoli’- online –

 

‘De Verhalenpoli’ – online –

Met het evenement ‘De Verhalenpoli’ willen we verhalen over de bühne brengen. Dit om de kracht van verhalen in de zorg te laten zien. Zeker nu! Op dit moment is een ‘live’ evenement niet mogelijk. De helden in de zorg zijn keihard aan het werk voor onze gezondheid.

Daarom starten we vanaf nu met de ‘De Verhalenpoli’ – online -.

We plaatsen elke week een blog, colum of verhaal over helden in de zorg in de Heldenbibliotheek. Zo kunnen we de kracht van verhalen alvast met jullie delen!

We starten met het verhaal ‘De bus’ van Wilfred van der Maas.

Ω

De bus

Ik fiets het erf op. Ik moet even uitwijken. Er staat een grote bus. Ik kijk er even naar en trap door. Ik kom immers voor Lenie. Zij woont samen met Bram op een grote boerderij en lijdt aan een dementieel syndroom.

Ze is vergeetachtig en weinig actief. Ze slaapt veel, ook overdag. Lopen gaat bijna niet meer, hooguit een paar meter. Met hulp van medewerkers van de thuiszorg en familie zorgt Bram hier op hun boerderij voor Lenie. Ria, de casemanager dementie belde mij eergisteren.

‘Wilfred, wil jij eens kijken of het lopen in huis nog veilig is? Ik maak mij daar zorgen om en wil niet dat er ongelukken gebeuren in het huis van Lenie en Bram.’
Met deze vraag in mijn achterhoofd bel ik aan. Bram doet open en na een korte begroeting loop ik achter hem aan naar binnen.

Ik praat met Bram en Lenie. We drinken samen koffie en gaan daarna aan de slag. Bram en Lenie laten mij zien hoe zij zich samen bewegen door het huis. Ze staan samen op van de bank en lopen van de bank naar de keuken en weer terug. Even later zit Lenie weer op de bank naast mij.

Mijn indruk? Een zeer betrokken echtgenoot, een man en vrouw die prima samenwerken en een duo dat zich met een paar tips uitermate goed redt.

‘Ik heb een vraag’ , zegt Bram.

‘Vertel’, zeg ik

‘Kunnen we dit ook een keer oefenen in onze camper? We gaan namelijk volgende week op vakantie. Naar Noord – Frankrijk.’

Het blijft even stil. Ik probeer de puzzelstukjes in elkaar te zetten. Camper? Noord-Frankrijk? Bram en Lenie. Samen, met zijn tweeën, met een camper.

Verbaasd hoor ik mezelf vragen ‘Samen? Met een camper?’
Hier in huis gaat het aardig goed, maar op vakantie, met een camper?! Het duizelt even in mijn hoofd. Even later loop ik met Bram naar buiten. Naar de bus. Bram vertelt mij dat hij deze bus heeft omgebouwd tot een camper, zodat hij nog met Lenie op vakantie kan.

Hij laat mij de camper van binnen zien. Het is een gelijkvloerse miniwoning geworden met voorzieningen om samen met iemand in een rolstoel te reizen. Een lift, twee losse bedden, beugels en handgrepen op slim bedachte plekken. De mogelijkheid tot wassen staand aan het aanrechtje en ruimte voor samen eten. Overal heeft Bram aan gedacht.
‘Ik kijk er nu al naar uit. Alle vrijdagen dat Lenie naar de dagbesteding gaat heb ik eraan geklust. Nu is hij klaar’ , vertelt Bram mij trots.

Ik besef dat ik het laatste puzzelstukje kan zijn en bied aan om over twee dagen samen te oefenen in de camper.

Dankbaar voor het inkijkje in hun leefwereld, stap ik op mijn fiets. Ik merk dat het denken in mogelijkheden van Bram een wijze les voor mij is. Waarom niet, samen op vakantie?

Onderweg naar huis staan mijn gedachten niet stil. Ik ben onder de indruk van de moed en energie van Bram en Lenie. Zij gaan voor kwaliteit van leven. Tevreden zet ik de fiets in de schuur.

Top