De Verhalenpoli – online – Chocolaatjes

Deze week een ‘classic’ in de Verhalenpoli – online – . Bas Schepers schreef een tijdje verhalen over zijn oma. Ze is inmiddels overleden, maar de verhalen herinneren aan de bijzondere band die Bas met zijn oma had. Ze heeft hem veel levenslessen geleerd.  Geniet van ‘Chocolaatjes’.

Ω

Chocolaatjes

‘Heb jij de chocolaatjes meegenomen?’

‘Nee, die liggen nog in de auto’, antwoordt mijn dochter.

Ik zucht en loop terug. Ik pak de doos Merci en ik loop weer naar binnen. De hal door en rechtsaf het restaurant van het verpleeghuis in. Ik weet waar ik moet zijn. De grote tafel rechts in de hoek. Mijn oma, mijn vader en mijn dochters zitten er al. Mijn blik valt direct op mijn oma. Als ik naar de tafel loop, zie ik een grimas in haar gezicht en paarse plekken op haar armen.

‘Dag oma.’ Ik geef haar een kus op haar achterhoofd.

‘Dag jongen, ik heb zo’n pijn.’

‘Wat naar, waar?’

‘Aan mijn kaak en tanden, ik kan wel huilen.’

‘Misschien helpt een chocolaatje, schijnt wonderen te doen’

‘Zou het?’ De grimas verdwijnt niet van haar gezicht.

Ik leg de doos Merci voor haar neer. Mijn vader vertelt dat de tandarts is geweest, maar hij kan niet veel doen tegen de pijn. Voor mijn oma ligt al een verfrommeld papiertje. De grimas is van haar gezicht. Ze is en blijft een echte zoetekauw. Ook zie ik mijn oma naar mijn dochters glimlachen. Ik denk aan de foto bij ons thuis. Mijn oma en mijn dochters staan er dubbel van het lachen op. Die afbeelding is goud waard voor mij

Ineens klinkt er achter ons een stem.

‘Kan die radio wat zachter? Ik kan niks verstaan!’

Verbaasd draai ik mij om. Ik zie de achterkant van een rolstoel. De stem in de rolstoel herhaalt zich.

‘Kan die radio wat zachter? Ik versta verdomme niks van mijn dochter.’

Het kwartje valt niet bij mij. Een vrouw, waarschijnlijk zijn dochter, naast hem helpt mij.

‘Hij hoort jullie gesprekken en denkt dat de radio achter hem aanstaat. Praat rustig verder hoor, hij vindt het heerlijk te mopperen.‘

Lachend vervolgen wij ons gesprek. Ik ben naast mijn oma gaan zitten en hoor haar mompelen.

‘Wat is er oma?’

‘Jullie moeten gaan. Het wordt zo donker.’

‘Vind je dat vervelend?’

‘Ja, ik ben zo bang. Bang dat jullie iets overkomt.’

De angst heeft haar pijn verdrongen. Ik weet dat chocola en lieve woorden nu niet helpen. Ik sla mijn arm om haar heen. Het enige dat ik kan doen.

‘Ik heb er zelfs hartkloppingen van. Ga alsjeblieft naar huis.’

Er rolt een traan over haar wang. Ik besef mij dat tranen van een lach en van angst dicht bij elkaar liggen. Ik veeg de traan van haar wang, leg nog een chocolaatje bij haar neer en ga naar huis. Het enige dat ik voor haar kan doen.

 

Top